اِنَّ الَّذٖینَ لَا یُؤْمِنُونَ بِالْاٰخِرَةِ لَیُسَمُّونَ الْمَلٰٓئِكَةَ تَسْمِیَةَ الْاُنْثٰى
Voorwaar, degenen die niet geloven in het Hiernamaals geven de Engelen zeker vrouwelijke namen
Siregar
النَّجْمِ
اِنَّ الَّذٖینَ لَا یُؤْمِنُونَ بِالْاٰخِرَةِ لَیُسَمُّونَ الْمَلٰٓئِكَةَ تَسْمِیَةَ الْاُنْثٰى
Voorwaar, degenen die niet geloven in het Hiernamaals geven de Engelen zeker vrouwelijke namen
Siregar
وَمَا لَهُمْ بِهٖ مِنْ عِلْمٍؕ اِنْ یَتَّبِعُونَ اِلَّا الظَّنَّۚ وَاِنَّ الظَّنَّ لَا یُغْنٖی مِنَ الْحَقِّ شَیْـًٔاۚ
Terwijl zij daarover geen kennis hebben, zij volgen niets dan vermoedens. En voorwaar, vermoedens baten niets tegen de Waarheid
Siregar
فَاَعْرِضْ عَنْ مَنْ تَوَلّٰى عَنْ ذِكْرِنَا وَلَمْ یُرِدْ اِلَّا الْحَیٰوةَ الدُّنْیَاؕ
Wend je daarom af (O Moehammad) van wie zich van Onze Vermaning heeft afgekeerd, en die niets wenst dan het wereldse leven
Siregar
ذٰلِكَ مَبْلَغُهُمْ مِنَ الْعِلْمِؕ اِنَّ رَبَّكَ هُوَ اَعْلَمُ بِمَنْ ضَلَّ عَنْ سَبٖیلِهٖ وَهُوَ اَعْلَمُ بِمَنِ اهْتَدٰى
Dat is het doel van hun kennis. Voorwaar, jouw Heer weet beter wie van Zijn Weg is afgedwaald en wie de Leiding heeft aanvaard
Siregar
وَلِلّٰهِ مَا فِی السَّمٰوَاتِ وَمَا فِی الْاَرْضِۙ لِیَجْزِیَ الَّذٖینَ اَسَٓاؤُ𐻿ا بِمَا عَمِلُوا وَیَجْزِیَ الَّذٖینَ اَحْسَنُوا بِالْحُسْنٰىۚ
En aan Allah behoort wat er in de hemelen en op de aarde is; opdat Hij degenen die kwaad verrichtten zal vergelden voor wat zij deden en opdat Hij degenen die goed deden zal belonen met het beste (het Paradijs)
Siregar
اَلَّذٖینَ یَجْتَنِبُونَ كَبَٓائِرَ الْاِثْمِ وَالْفَوَاحِشَ اِلَّا اللَّمَمَؕ اِنَّ رَبَّكَ وَاسِعُ الْمَغْفِرَةِؕ هُوَ اَعْلَمُ بِكُمْ اِذْ اَنْشَاَكُمْ مِنَ الْاَرْضِ وَاِذْ اَنْتُمْ اَجِنَّةٌ فٖی بُطُونِ اُمَّهَاتِكُمْۚ فَلَا تُزَكُّٓوا اَنْفُسَكُمْؕ هُوَ اَعْلَمُ بِمَنِ اتَّقٰىࣖ
(Zij zijn) degenen die de grote zonden en zedeloosheden mijden, behalve (onvermijdbare) lichte fouten. Voorwaar, jouw Heer is alomvattend in de vergeving. Hij kent jullie beter: toen Hij jullie uit aarde voortbracht en toen jullie nog baby's waren in de schoten van jullie moeders. Prijst niet julliezelf; Hij weet het beter wie (Allah) vreest
Siregar
اَفَرَاَیْتَ الَّذٖی تَوَلّٰىۙ
Heb jij degene gezien die zich afkeert
Siregar
وَاَعْطٰى قَلٖیلًا وَاَكْدٰى
En die weinig gaf en (daarna) ophield
Siregar
اَعِنْدَهُ عِلْمُ الْغَیْبِ فَهُوَ یَرٰى
Heeft hij kennis over het onwaarneembare, zodat hij ziet
Siregar
اَمْ لَمْ یُنَبَّاْ بِمَا فٖی صُحُفِ مُوسٰىۙ
Of is hij niet op de hoogte gebracht van wat in de geschriften van Môesa staat
Siregar
وَاِبْرٰهٖیمَ الَّذٖی وَفّٰىۙ
En (de geschriften van) Ibrâhîm die trouw was
Siregar
اَلَّا تَزِرُ وَازِرَةٌ وِزْرَ اُخْرٰىۙ
Dat geen enkele drager de zonden van een ander zal dragen
Siregar
وَاَنْ لَیْسَ لِلْاِنْسَانِ اِلَّا مَا سَعٰىۙ
En dat de mens slechts dat krijgt waarnaar hij gestreefd hoeft
Siregar
وَاَنَّ سَعْیَهُ سَوْفَ یُرٰىࣕ
En dat hij (het resultaat van) zijn streven zal zien
Siregar
ثُمَّ یُجْزٰیهُ الْجَزَٓاءَ الْاَوْفٰىۙ
Waarop zal hij beloond (vergolden) worden met de volmaakte beloning (vergelding)
Siregar
وَاَنَّ اِلٰى رَبِّكَ الْمُنْتَهٰىۙ
En dat bij jouw Heer het einde is
Siregar
وَاَنَّهُ هُوَ اَضْحَكَ وَاَبْكٰىۙ
En dat Hij het is Die doet lachen en doet huilen
Siregar
وَاَنَّهُ هُوَ اَمَاتَ وَاَحْیَاۙ
En dat Hij het is Die doet sterven en Die doet leven
Siregar