53. An-Najm

النَّجْمِ

اِنَّ الَّذٖینَ لَا یُؤْمِنُونَ بِالْاٰخِرَةِ لَیُسَمُّونَ الْمَلٰٓئِكَةَ تَسْمِیَةَ الْاُنْثٰى

Voorwaar, degenen die niet geloven in het Hiernamaals geven de Engelen zeker vrouwelijke namen

Siregar

وَمَا لَهُمْ بِهٖ مِنْ عِلْمٍؕ اِنْ یَتَّبِعُونَ اِلَّا الظَّنَّۚ وَاِنَّ الظَّنَّ لَا یُغْنٖی مِنَ الْحَقِّ شَیْـًٔاۚ

Terwijl zij daarover geen kennis hebben, zij volgen niets dan vermoedens. En voorwaar, vermoedens baten niets tegen de Waarheid

Siregar

فَاَعْرِضْ عَنْ مَنْ تَوَلّٰى عَنْ ذِكْرِنَا وَلَمْ یُرِدْ اِلَّا الْحَیٰوةَ الدُّنْیَاؕ

Wend je daarom af (O Moehammad) van wie zich van Onze Vermaning heeft afgekeerd, en die niets wenst dan het wereldse leven

Siregar

ذٰلِكَ مَبْلَغُهُمْ مِنَ الْعِلْمِؕ اِنَّ رَبَّكَ هُوَ اَعْلَمُ بِمَنْ ضَلَّ عَنْ سَبٖیلِهٖ وَهُوَ اَعْلَمُ بِمَنِ اهْتَدٰى

Dat is het doel van hun kennis. Voorwaar, jouw Heer weet beter wie van Zijn Weg is afgedwaald en wie de Leiding heeft aanvaard

Siregar

وَلِلّٰهِ مَا فِی السَّمٰوَاتِ وَمَا فِی الْاَرْضِۙ لِیَجْزِیَ الَّذٖینَ اَسَٓاؤُ𐻿ا بِمَا عَمِلُوا وَیَجْزِیَ الَّذٖینَ اَحْسَنُوا بِالْحُسْنٰىۚ

En aan Allah behoort wat er in de hemelen en op de aarde is; opdat Hij degenen die kwaad verrichtten zal vergelden voor wat zij deden en opdat Hij degenen die goed deden zal belonen met het beste (het Paradijs)

Siregar

اَلَّذٖینَ یَجْتَنِبُونَ كَبَٓائِرَ الْاِثْمِ وَالْفَوَاحِشَ اِلَّا اللَّمَمَؕ اِنَّ رَبَّكَ وَاسِعُ الْمَغْفِرَةِؕ هُوَ اَعْلَمُ بِكُمْ اِذْ اَنْشَاَكُمْ مِنَ الْاَرْضِ وَاِذْ اَنْتُمْ اَجِنَّةٌ فٖی بُطُونِ اُمَّهَاتِكُمْۚ فَلَا تُزَكُّٓوا اَنْفُسَكُمْؕ هُوَ اَعْلَمُ بِمَنِ اتَّقٰىࣖ

(Zij zijn) degenen die de grote zonden en zedeloosheden mijden, behalve (onvermijdbare) lichte fouten. Voorwaar, jouw Heer is alomvattend in de vergeving. Hij kent jullie beter: toen Hij jullie uit aarde voortbracht en toen jullie nog baby's waren in de schoten van jullie moeders. Prijst niet julliezelf; Hij weet het beter wie (Allah) vreest

Siregar

اَفَرَاَیْتَ الَّذٖی تَوَلّٰىۙ

Heb jij degene gezien die zich afkeert

Siregar

وَاَعْطٰى قَلٖیلًا وَاَكْدٰى

En die weinig gaf en (daarna) ophield

Siregar

اَعِنْدَهُ عِلْمُ الْغَیْبِ فَهُوَ یَرٰى

Heeft hij kennis over het onwaarneembare, zodat hij ziet

Siregar

اَمْ لَمْ یُنَبَّاْ بِمَا فٖی صُحُفِ مُوسٰىۙ

Of is hij niet op de hoogte gebracht van wat in de geschriften van Môesa staat

Siregar

وَاِبْرٰهٖیمَ الَّذٖی وَفّٰىۙ

En (de geschriften van) Ibrâhîm die trouw was

Siregar

اَلَّا تَزِرُ وَازِرَةٌ وِزْرَ اُخْرٰىۙ

Dat geen enkele drager de zonden van een ander zal dragen

Siregar

وَاَنْ لَیْسَ لِلْاِنْسَانِ اِلَّا مَا سَعٰىۙ

En dat de mens slechts dat krijgt waarnaar hij gestreefd hoeft

Siregar

وَاَنَّ سَعْیَهُ سَوْفَ یُرٰىࣕ

En dat hij (het resultaat van) zijn streven zal zien

Siregar

ثُمَّ یُجْزٰیهُ الْجَزَٓاءَ الْاَوْفٰىۙ

Waarop zal hij beloond (vergolden) worden met de volmaakte beloning (vergelding)

Siregar

وَاَنَّ اِلٰى رَبِّكَ الْمُنْتَهٰىۙ

En dat bij jouw Heer het einde is

Siregar

وَاَنَّهُ هُوَ اَضْحَكَ وَاَبْكٰىۙ

En dat Hij het is Die doet lachen en doet huilen

Siregar

وَاَنَّهُ هُوَ اَمَاتَ وَاَحْیَاۙ

En dat Hij het is Die doet sterven en Die doet leven

Siregar

0:00
0:00