یُعْرَفُ الْمُجْرِمُونَ بِسٖیمٰیهُمْ فَیُؤْخَذُ بِالنَّوَاصٖی وَالْاَقْدَامِۚ
De misdadigers zullen herkend worden aan hun kenmerken en daarna gegrepen worden bij het haar van het voorhoofd en de voeten
Siregar
الرَّحْمٰنِ
یُعْرَفُ الْمُجْرِمُونَ بِسٖیمٰیهُمْ فَیُؤْخَذُ بِالنَّوَاصٖی وَالْاَقْدَامِۚ
De misdadigers zullen herkend worden aan hun kenmerken en daarna gegrepen worden bij het haar van het voorhoofd en de voeten
Siregar
فَبِاَیِّ اٰلَٓاءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِ
Welke gunsten van jullie Heer loochenen jullie dan
Siregar
هٰذِهٖ جَهَنَّمُ الَّتٖی یُكَذِّبُ بِهَا الْمُجْرِمُونَۘ
Dit is de Hel die de zondaren loochenden
Siregar
یَطُوفُونَ بَیْنَهَا وَبَیْنَ حَمٖیمٍ اٰنٍۚ
Zij dolen daar rond in het midden van kokend heet water
Siregar
فَبِاَیِّ اٰلَٓاءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِࣖ
Welke gunsten van jullie Heer loochenen jullie dan
Siregar
وَلِمَنْ خَافَ مَقَامَ رَبِّهٖ جَنَّتَانِۚ
En voor wie vreesde voor het staan voor zijn Heer zijn er twee Tuinen (in het Paradijs)
Siregar
فَبِاَیِّ اٰلَٓاءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِۙ
Welke gunsten van jullie Heer loochenen jullie dan
Siregar
ذَوَاتَٓا اَفْنَانٍۚ
Beide met een overvloed aan takken en vruchten
Siregar
فَبِاَیِّ اٰلَٓاءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِ
Welke gunsten van jullie Heer loochenen jullie dan
Siregar
فٖیهِمَا عَیْنَانِ تَجْرِیَانِۚ
In beide zijn twee stromende bronnen
Siregar
فَبِاَیِّ اٰلَٓاءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِ
Welke gunsten van jullie Heer loochenen jullie dan
Siregar
فٖیهِمَا مِنْ كُلِّ فَاكِهَةٍ زَوْجَانِۚ
In beide zijn er vruchten van elke soort, in paren
Siregar
فَبِاَیِّ اٰلَٓاءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِ
Welke gunsten van jullie Heer loochenen jullie dan
Siregar
مُتَّكِــٖٔینَ عَلٰى فُرُشٍ بَطَٓائِنُهَا مِنْ اِسْتَبْرَقٍؕ وَجَنَا الْجَنَّتَیْنِ دَانٍۚ
Leunend, op tapijten met brokaat aan hun binnenzijden en (de vruchten) van beide Tuinen hangen binnen handbereik
Siregar
فَبِاَیِّ اٰلَٓاءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِ
Welke gunsten van jullie Heer loochenen jullie dan
Siregar
فٖیهِنَّ قَاصِرَاتُ الطَّرْفِۙ لَمْ یَطْمِثْهُنَّ اِنْسٌ قَبْلَهُمْ وَلَا جَٓانٌّۚ
In de Tuinen bevinden zich schonen met ingetogen blikken, die geen mens en geen Djinn ooit vóór hen heeft aangeraakt
Siregar
فَبِاَیِّ اٰلَٓاءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِۚ
Welke gunsten van jullie Heer loochenen jullie dan
Siregar
كَاَنَّهُنَّ الْیَاقُوتُ وَالْمَرْجَانُۚ
Als waren zij van robijn en koraal
Siregar
فَبِاَیِّ اٰلَٓاءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِ
Welke gunsten van jullie Heer loochenen jullie dan
Siregar
هَلْ جَزَٓاءُ الْاِحْسَانِ اِلَّا الْاِحْسَانُۚ
Er is voor het verrichten van het goede geen andere beloning dan het goede
Siregar
فَبِاَیِّ اٰلَٓاءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِ
Welke gunsten van jullie Heer loochenen jullie dan
Siregar
وَمِنْ دُونِهِمَا جَنَّتَانِۚ
En naast deze twee zijn nog twee Tuinen
Siregar
فَبِاَیِّ اٰلَٓاءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِۙ
Welke gunsten van jullie Heer loochenen jullie dan
Siregar
مُدْهَٓامَّتَانِۚ
Donkergroen van kleur
Siregar
فَبِاَیِّ اٰلَٓاءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِۚ
Welke gunsten van jullie Heer loochenen jullie dan
Siregar
فٖیهِمَا عَیْنَانِ نَضَّاخَتَانِۚ
In beide bevinden zich twee overvloedige bronnen
Siregar
فَبِاَیِّ اٰلَٓاءِ رَبِّكُمَا تُكَذِّبَانِۚ
Welke gunsten van jullie Heer loochenen jullie dan
Siregar