Mushafim

6. Al-An'am

الْاَنْعَامِ

اَلَّذٖینَ اٰمَنُوا وَلَمْ یَلْبِسُٓوا اٖیمَانَهُمْ بِظُلْمٍ اُو𐻾لٰٓئِكَ لَهُمُ الْاَمْنُ وَهُمْ مُهْتَدُونَࣖ

Degenen die geloven en niet hun geloof met onrecht (afgoderij) mengen: zij zijn degenen die veiligheid toekomt en zij zijn de rechtgelieden

Siregar

وَتِلْكَ حُجَّتُنَٓا اٰتَیْنَاهَٓا اِبْرٰهٖیمَ عَلٰى قَوْمِهٖؕ نَرْفَعُ دَرَجَاتٍ مَنْ نَشَٓاءُؕ اِنَّ رَبَّكَ حَكٖیمٌ عَلٖیمٌ

En dat was Ons argument dat Wij Ibrâhîm tegen zijn volk gaven, Wij verheffen met graden wie Wij willen: voorwaar, jouw Heer is Alwijs, Alwetend

Siregar

وَوَهَبْنَا لَهُٓ اِسْحٰقَ وَیَعْقُوبَؕ كُلًّا هَدَیْنَاۚ وَنُوحًا هَدَیْنَا مِنْ قَبْلُ وَمِنْ ذُرِّیَّتِهٖ دَاوُ𐻿دَ وَسُلَیْمٰنَ وَاَیُّوبَ وَیُوسُفَ وَمُوسٰى وَهٰرُونَؕ وَكَذٰلِكَ نَجْزِی الْمُحْسِنٖینَۙ

En Wij schonken hem Ishaq en Ya'qoeb, allen leidden Wij, on ervoor leiden wij Noeh, en van zijn nageslacht Dawoed en Soelaiman en Ayyoeb en Yoesoef en Mocsa en Hârôen: en zo belonen Wij de weldoeners

Siregar

وَزَكَرِیَّا وَیَحْیٰى وَعٖیسٰى وَاِلْیَاسَؕ كُلٌّ مِنَ الصَّالِحٖینَۙ

En Zakariyya en Yahya en 'Isa en Ilyas: allen behoorden tot de oprechten

Siregar

وَاِسْمٰعٖیلَ وَالْیَسَعَ وَیُونُسَ وَلُوطًاؕ وَكُلًّا فَضَّلْنَا عَلَى الْعَالَمٖینَۙ

En Isma'îl en Al Yasa' en Yoenoes en Loeth: allen hebben Wij boven de werelden bevoorrecht

Siregar

وَمِنْ اٰبَٓائِهِمْ وَذُرِّیَّاتِهِمْ وَاِخْوَانِهِمْۚ وَاجْتَبَیْنَاهُمْ وَهَدَیْنَاهُمْ اِلٰى صِرَاطٍ مُسْتَقٖیمٍ

En van hun vaderen en hun nageslacht en hun broeders: Wij hebben hen verkozen en Wij leidden hen op een recht Pad

Siregar

ذٰلِكَ هُدَى اللّٰهِ یَهْدٖی بِهٖ مَنْ یَشَٓاءُ مِنْ عِبَادِهٖؕ وَلَوْ اَشْرَكُوا لَحَبِطَ عَنْهُمْ مَا كَانُوا یَعْمَلُونَ

Dit is de Leiding van Allah, waarmee Hij van Zijn dienaren leidt wie Hij wil, maar als zij deelgenoten (aan Allah) toegekend hadden, was wat zij aan het doen waren vruchteloos geworden

Siregar

اُو𐻾لٰٓئِكَ الَّذٖینَ اٰتَیْنَاهُمُ الْكِتَابَ وَالْحُكْمَ وَالنُّبُوَّةَۚ فَاِنْ یَكْفُرْ بِهَا هٰٓؤُ𐻾لَٓاءِ فَقَدْ وَكَّلْنَا بِهَا قَوْمًا لَیْسُوا بِهَا بِكَافِرٖینَ

Zij zijn degenen die Wij de Schrift en de Wijsheid en het Profeetschap gaven en indien zij er ongelovig aan zijn: waarlijk, Wij vertrouwen het toe aan een volk dat er niet ongelovig aan is

Siregar

اُو𐻾لٰٓئِكَ الَّذٖینَ هَدَى اللّٰهُ فَبِهُدٰیهُمُ اقْتَدِهْؕ قُلْ لَٓا اَسْـَٔلُكُمْ عَلَیْهِ اَجْرًاؕ اِنْ هُوَ اِلَّا ذِكْرٰى لِلْعَالَمٖینَࣖ

Zij zijn degenen die Allah Leiding gaf: volgt dus hun leiding. Zeg: "Ik vraag U er geen beloning voor, het is slechts een vermaning voor de werelden

Siregar

0:00
0:00