9. At-Tawbah

التَّوْبَةِ

یَٓا اَیُّهَا الَّذٖینَ اٰمَنُوا قَاتِلُوا الَّذٖینَ یَلُونَكُمْ مِنَ الْكُفَّارِ وَلْیَجِدُوا فٖیكُمْ غِلْظَةًؕ وَاعْلَمُٓوا اَنَّ اللّٰهَ مَعَ الْمُتَّقٖینَ

O jullie die geloven, bevecht de ongelovigen in jullie naaste omgeving en laten zij hardheid bij jullie aantreffen. En weet dat Allah met de Moettaqôen is

Siregar

وَاِذَا مَٓا اُنْزِلَتْ سُورَةٌ فَمِنْهُمْ مَنْ یَقُولُ اَیُّـكُمْ زَادَتْهُ هٰذِهٖٓ اٖیمَانًاۚ فَاَمَّا الَّذٖینَ اٰمَنُوا فَزَادَتْهُمْ اٖیمَانًا وَهُمْ یَسْتَبْشِرُونَ

En wanneer er een hoofdstuk is neergezonden dan zijn er onder hen (de huichelaars) die zeggen: "Bij wie van jullie is door dit (hoofdstuk) het geloof toegenomen?" Wat degenen die geloven dan betreft: hun geloof is toegenomen en zij verheugen zich

Siregar

وَاَمَّا الَّذٖینَ فٖی قُلُوبِهِمْ مَرَضٌ فَزَادَتْهُمْ رِجْسًا اِلٰى رِجْسِهِمْ وَمَاتُوا وَهُمْ كَافِرُونَ

En wat degenen in wiens hart een ziekte is betreft: bij hen stapelt dit (nieuw) ongeloof op hun ongeloof en zij sterven terwijl zij ongelovigen zijn

Siregar

اَوَلَا یَرَوْنَ اَنَّهُمْ یُفْتَنُونَ فٖی كُلِّ عَامٍ مَرَّةً اَوْ مَرَّتَیْنِ ثُمَّ لَا یَتُوبُونَ وَلَا هُمْ یَذَّكَّرُونَ

En zien zij dan niet dat zij in elk jaar één of twee keer beproefd worden? Daarop tonen zij geen berouw en zij trekken er geen lering uit

Siregar

وَاِذَا مَٓا اُنْزِلَتْ سُورَةٌ نَظَرَ بَعْضُهُمْ اِلٰى بَعْضٍؕ هَلْ یَرٰیكُمْ مِنْ اَحَدٍ ثُمَّ انْصَرَفُواؕ صَرَفَ اللّٰهُ قُلُوبَهُمْ بِاَنَّهُمْ قَوْمٌ لَا یَفْقَهُونَ

En wanneer een hoofdstuk wordt neergezonden, dan kijken zij elkaar aan (zeggende:) "Is er iemand (van de gelovigen) die jullie ziet?" Daarna wenden zij zich af. Allah heeft hun harten afgcwend omdat zij een volk zijn dat niet begrijpt

Siregar

لَقَدْ جَٓاءَكُمْ رَسُولٌ مِنْ اَنْفُسِكُمْ عَزٖیزٌؗ عَلَیْهِ مَا عَنِتُّمْ حَرٖیصٌ عَلَیْكُمْ بِالْمُؤْمِنٖینَ رَؤُ𐻿فٌ رَحٖیمٌ

Voorzeker, er is een Boodschapper tot jullie gekomen uit jullie eigen midden. Zwaar voor hem is jullie lijden, vurig wenst hij het goede voor jullie, voor de gelovigen is bij liefdevol en barmhartig

Siregar

فَاِنْ تَوَلَّوْا فَقُلْ حَسْبِیَ اللّٰهُؗ لَٓا اِلٰهَ اِلَّا هُوَؕ عَلَیْهِ تَوَكَّلْتُ وَهُوَ رَبُّ الْعَرْشِ الْعَظٖیمِ

Als zij zich dan afwenden, zeg dan: "Allah is mij voldoende, geen god is er dan Hij!, op Hem vertrouw ik, en Hij is de Heer van de Geweldige Troon

Siregar

0:00
0:00