15. Al-Hijr

الْحِجْرِ

وَلَقَدْ جَعَلْنَا فِی السَّمَٓاءِ بُرُوجًا وَزَیَّنَّاهَا لِلنَّاظِرٖینَۙ

En voorzeker, Wij hebben in de hemel sterrenstelsels aangebracht en Wij hebben haar versierd voor de aanschouwers

Siregar

وَحَفِظْنَاهَا مِنْ كُلِّ شَیْطَانٍ رَجٖیمٍۙ

En Wij hebben haar bewaakt tegen elke vervloekte Satan

Siregar

اِلَّا مَنِ اسْتَرَقَ السَّمْعَ فَاَتْبَعَهُ شِهَابٌ مُبٖینٌ

Behalve degene die (de Satan) heeft afgeluisterd, dan achtervolgd wordt door een heldere vlam

Siregar

وَالْاَرْضَ مَدَدْنَاهَا وَاَلْقَیْنَا فٖیهَا رَوَاسِیَ وَاَنْبَتْنَا فٖیهَا مِنْ كُلِّ شَیْءٍ مَوْزُونٍ

En Wij hebben de aarde uitgestrekt en Wij hebben daarop bergen geplaatst en Wij hebben daarop van alles doen groeien volgens een evenwichte maat

Siregar

وَجَعَلْنَا لَكُمْ فٖیهَا مَعَایِشَ وَمَنْ لَسْتُمْ لَهُ بِرَازِقٖینَ

En Wij hebben voor jullie daar levensonderhoud gemaakt, (ook voor) degene voor wie jullie niet de voorzieners zijn

Siregar

وَاِنْ مِنْ شَیْءٍ اِلَّا عِنْدَنَا خَزَٓائِنُهُؗ وَمَا نُنَزِّلُهُٓ اِلَّا بِقَدَرٍ مَعْلُومٍ

Er is geen ding waarvan de schatten niet bij Ons zijn, en Wij zenden deze slechts volgens een vastgestelde maatgeving neer

Siregar

وَاَرْسَلْنَا الرِّیَاحَ لَوَاقِـحَ فَاَنْزَلْنَا مِنَ السَّمَٓاءِ مَٓاءً فَاَسْقَیْنَاكُمُوهُۚ وَمَٓا اَنْتُمْ لَهُ بِخَازِنٖینَ

En Wij hebben de winden gezonden als bestuivers en Wij hebben regen neergezonden uit de hemel, waarmee wij jullie te drinken geven. En jullie zijn daar niet de bewaarders van

Siregar

وَاِنَّا لَنَحْنُ نُحْيٖ وَنُمٖیتُ وَنَحْنُ الْوَارِثُونَ

Voorwaar, Wij zijn het Die doen leven en doen sterven. En Wij zijn de erfgenamen

Siregar

وَلَقَدْ عَلِمْنَا الْمُسْتَقْدِمٖینَ مِنْكُمْ وَلَقَدْ عَلِمْنَا الْمُسْتَاْخِرٖینَ

En voorzeker, Wij kennen de mensen die jullie zijn voorgegaan (in de dood). En voorzeker, Wij kennen de achterblijvers

Siregar

وَاِنَّ رَبَّكَ هُوَ یَحْشُرُهُمْؕ اِنَّهُ حَكٖیمٌ عَلٖیمٌࣖ

En voorwaar, jouw Heer is het Die hen verzamelt. Voorwaar, Hij is Alwijs, Alwetend

Siregar

وَلَقَدْ خَلَقْنَا الْاِنْسَانَ مِنْ صَلْصَالٍ مِنْ حَمَاٍ مَسْنُونٍۚ

En voorzeker, Wij hebben de mens (Adam) geschapen uit klei, van zwart slijk gevormd

Siregar

وَالْجَٓانَّ خَلَقْنَاهُ مِنْ قَبْلُ مِنْ نَارِ السَّمُومِ

En Wij hebben daarvoor de Djinn's geschapen uit een gloeiend vuur

Siregar

وَاِذْ قَالَ رَبُّكَ لِلْمَلٰٓئِكَةِ اِنّٖی خَالِقٌ بَشَرًا مِنْ صَلْصَالٍ مِنْ حَمَاٍ مَسْنُونٍ

(Gedenkt) toen jouw Heer tot de Engelen zei: "Voorwaar, Ik zal een mens scheppen van klei, uit zwart slijk gevormd

Siregar

فَاِذَا سَوَّیْتُهُ وَنَفَخْتُ فٖیهِ مِنْ رُوحٖی فَقَعُوا لَهُ سَاجِدٖینَ

Toen Ik hem vervolmaakt had en Mijn (geschapen) Geest erin geblazen had, toen knielden zij (de Engelen) voor hem

Siregar

فَسَجَدَ الْمَلٰٓئِكَةُ كُلُّهُمْ اَجْمَعُونَۙ

Toen knielden de Engelen allen gezamenlijk

Siregar

اِلَّٓا اِبْلٖیسَؕ اَبٰٓى اَنْ یَكُونَ مَعَ السَّاجِدٖینَ

Behalve Iblis, bij weigerde te behoren tot de knielenden

Siregar

0:00
0:00