27. An-Naml

النَّمْلِ

اِنّٖی وَجَدْتُ امْرَاَةً تَمْلِكُهُمْ وَاُو𐻿تِیَتْ مِنْ كُلِّ شَیْءٍ وَلَهَا عَرْشٌ عَظٖیمٌ

Voorwaar, ik heb gezien dat een vrouw over hen heerst en zij beschikt over alle zaken en zij heeft een geweldige troon

Siregar

وَجَدْتُهَا وَقَوْمَهَا یَسْجُدُونَ لِلشَّمْسِ مِنْ دُونِ اللّٰهِ وَزَیَّنَ لَهُمُ الشَّیْطَانُ اَعْمَالَهُمْ فَصَدَّهُمْ عَنِ السَّبٖیلِ فَهُمْ لَا یَهْتَدُونَۙ

Ik heb gezien dat zij en haar volk knielen voor de zon, naast Allah. En dat de Satan hun hun daden schoon doet toeschijnen en hen daarmee afleidt van de Weg. Zij volgen dus geen Leiding

Siregar

اَلَّا یَسْجُدُوا لِلّٰهِ الَّذٖی یُخْرِجُ الْخَبْءَ فِی السَّمٰوَاتِ وَالْاَرْضِ وَیَعْلَمُ مَا تُخْفُونَ وَمَا تُعْلِنُونَ

Zodat zij zich niet voor Allah neerknielen, Degene Die voortbrengt wat verborgen is in de hemelen en op de aarde, en Die weet wat jullie verbergen en wat jullie openlijk doen

Siregar

اَللّٰهُ لَٓا اِلٰهَ اِلَّا هُوَ رَبُّ الْعَرْشِ الْعَظٖیمِ

Allah, er is geen god dan Hij, de Heer van de Geweldige Troon

Siregar

قَالَ سَنَنْظُرُ اَصَدَقْتَ اَمْ كُنْتَ مِنَ الْكَاذِبٖینَ

Hij (Soelaimân) zei: "Wij zullen zien of jij de waarheid verteld hebt of dat jij tot de leugenaars behoort

Siregar

اِذْهَبْ بِكِتَابٖی هٰذَا فَاَلْقِهْ اِلَیْهِمْ ثُمَّ تَوَلَّ عَنْهُمْ فَانْظُرْ مَاذَا یَرْجِعُونَ

Ga heen met deze brief en geef hem aan hen; wend je dan van hen af en zie wat zij terugzeggen

Siregar

قَالَتْ یَٓا اَیُّهَا الْمَلَؤُ𐻾ا اِنّٖٓی اُلْقِیَ اِلَیَّ كِتَابٌ كَرٖیمٌ

Zij zei: "O vooraanstanden, aai mij is een edele brief bezorgd

Siregar

اِنَّهُ مِنْ سُلَیْمٰنَ وَاِنَّهُ بِسْمِ اللّٰهِ الرَّحْمٰنِ الرَّحٖیمِۙ

Voorwaar, hij komt van Soelaimân en voorwaar, hij (luidt): "In de Naam van Allah, de Erbarmer, de Meest Barmhartige

Siregar

اَلَّا تَعْلُوا عَلَیَّ وَاْتُونٖی مُسْلِمٖینَࣖ

Verhef jezelf niet in hoogmoed boven mij en komt maar mij als overgegevenen

Siregar

قَالَتْ یَٓا اَیُّهَا الْمَلَؤُ𐻾ا اَفْتُونٖی فٖٓی اَمْرٖیۚ مَا كُنْتُ قَاطِعَةً اَمْرًا حَتّٰى تَشْهَدُونِ

Zij zei: "O vooraanstanden, geeft mij raad in mijn zaak. Ik nam geen besluit over een zaak voordat jullie er getuigen van waren

Siregar

قَالُوا نَحْنُ اُو𐻾لُوا قُوَّةٍ وَاُو𐻾لُوا بَاْسٍ شَدٖیدٍ وَالْاَمْرُ اِلَیْكِ فَانْظُرٖی مَاذَا تَاْمُرٖینَ

Zij zeiden: "Wij beschikken over macht en wij beschikken over grote moed, maar de zaak berust bij U, zie daarom maar wat U beveelt

Siregar

قَالَتْ اِنَّ الْمُلُوكَ اِذَا دَخَلُوا قَرْیَةً اَفْسَدُوهَا وَجَعَلُٓوا اَعِزَّةَ اَهْلِهَٓا اَذِلَّةًۚ وَكَذٰلِكَ یَفْعَلُونَ

Zei zij: "Voorwaar, wanneer de koningen een stad binnengingen, zaaiden zij daar verderf en maakten zij de edelen onder haar inwoners tot vernederden; en zo handelen zij

Siregar

وَاِنّٖی مُرْسِلَةٌ اِلَیْهِمْ بِهَدِیَّةٍ فَنَاظِرَةٌ بِمَ یَرْجِعُ الْمُرْسَلُونَ

En voorwaar, ik zal hun een geschenk sturen en zien waarmee de gezanten temgkeren

Siregar

0:00
0:00