الْجِنِّ

72. Al-Jinn

De Djinn · Mekkaans · 28 verzen · Juz 29, Pagina 572

قُلْ اُو𐻿حِیَ اِلَیَّ اَنَّهُ اسْتَمَعَ نَفَرٌ مِنَ الْجِنِّ فَقَالُٓوا اِنَّا سَمِعْنَا قُرْاٰنًا عَجَبًاۙ

Zeg (O Moehammad): "Het is aan mij geopenbaard dat een aantal Djinn's heeft meegeluisterd, waarop zij zeiden: "Voorwaar, Wij hebben een verbazingwekkende Koran gehoord

Siregar

یَهْدٖٓی اِلَى الرُّشْدِ فَاٰمَنَّا بِهٖؕ وَلَنْ نُشْرِكَ بِرَبِّنَٓا اَحَدًاۙ

Hij (de Koran) leidt tot het juiste, toen geloofden wij erin, en wij zullen nooit één deelgenoot aan onze Heer toekennen

Siregar

وَاَنَّهُ تَعَالٰى جَدُّ رَبِّنَا مَا اتَّخَذَ صَاحِبَةً وَلَا وَلَدًاۙ

En dat de Majesteit van onze Heer Verheven is, Hij heeft Zich geen echtgenote genomen en geen zoon

Siregar

وَاَنَّهُ كَانَ یَقُولُ سَفٖیهُنَا عَلَى اللّٰهِ شَطَطًاۙ

En dat de dwazen onder ons plachten leugens te vertellen over Allah

Siregar

وَاَنَّا ظَنَنَّٓا اَنْ لَنْ تَقُولَ الْاِنْسُ وَالْجِنُّ عَلَى اللّٰهِ كَذِبًاۙ

En dat wij dachten dat de mens en de Djinn's nooit leugens over Allah zouden vertellen

Siregar

وَاَنَّهُ كَانَ رِجَالٌ مِنَ الْاِنْسِ یَعُوذُونَ بِرِجَالٍ مِنَ الْجِنِّ فَزَادُوهُمْ رَهَقًاۙ

En dat er mannen onder de mensen waren die hulp zochten bij mannen van de Djinn's, wat hun zondigheid vermeerderde

Siregar

وَاَنَّهُمْ ظَنُّوا كَمَا ظَنَنْتُمْ اَنْ لَنْ یَبْعَثَ اللّٰهُ اَحَدًاۙ

En dat zij dachten zoals jullie dachten: dat Allah nooit iemand zou doen opstaan

Siregar

وَاَنَّا لَمَسْنَا السَّمَٓاءَ فَوَجَدْنَاهَا مُلِئَتْ حَرَسًا شَدٖیدًا وَشُهُبًاۙ

En dat wij hebben gevraagd naar de hemel (te mogen gaan): toen vonden wij dat zij vol was met strenge bewakers en brandende vlammen

Siregar

وَاَنَّا كُنَّا نَقْعُدُ مِنْهَا مَقَاعِدَ لِلسَّمْعِؕ فَمَنْ یَسْتَمِعِ الْاٰنَ یَجِدْ لَهُ شِهَابًا رَصَدًاۙ

En dat, wij vroeger (vóór de Koran) op geheime plaatsen zaten om mee te luisteren, maar wie nu wil meeluisteren treft een pijl van vuur aan die op hem loert

Siregar

وَاَنَّا لَا نَدْرٖٓی اَشَرٌّ اُرٖیدَ بِمَنْ فِی الْاَرْضِ اَمْ اَرَادَ بِهِمْ رَبُّهُمْ رَشَدًاۙ

En dat wij niet weten of er kwaad bedoeld wordt voor degenen die op de aarde zijn, of dat hun Heer hun rechte Leiding wil geven

Siregar

وَاَنَّا مِنَّا الصَّالِحُونَ وَمِنَّا دُونَ ذٰلِكَؕ كُنَّا طَرَٓائِقَ قِدَدًاۙ

En dat er onder ons rechtschapenen zijn, en er onder ons zijn die dat niet zijn. Wij waren op verschillende wegen

Siregar

وَاَنَّا ظَنَنَّٓا اَنْ لَنْ نُعْجِزَ اللّٰهَ فِی الْاَرْضِ وَلَنْ نُعْجِزَهُ هَرَبًاۙ

En dat wij overtuigd zijn dat wij op de aarde Allah nooit kunnen ontkomen en dat wij nooit van Hem kunnen wegvluchten

Siregar

وَاَنَّا لَمَّا سَمِعْنَا الْهُدٰٓى اٰمَنَّا بِهٖؕ فَمَنْ یُؤْمِنْ بِرَبِّهٖ فَلَا یَخَافُ بَخْسًا وَلَا رَهَقًاۙ

En dat, toen wij over de rechte Leiding hadden gehoord, wij erin geloofden. En wie in zijn Heer gelooft; hij zal geen vermindering (van beloning) en geen vermeerdering (van zondigheid) vrezen

Siregar

Over soera Al-Jinn

Nummer in de Koran
72
Naam in het Arabisch
الْجِنِّ
Betekenis
De Djinn
Geopenbaard in
Mekka
Volgorde van openbaring
40
Aantal verzen
28
Juz
29
Pagina’s in de Mushaf
572-573
0:00
0:00